Het aantal agressiemeldingen binnen de Antwerpse dienst Sociale Dienstverlening, waartoe ook het OCMW hoort, steeg in 2025 verder tot 378. Dat blijkt uit cijfers die gemeenteraadslid Pieter De Cock opvroeg bij het stadsbestuur. “Toenemende agressie is jammer genoeg een weerkerende trend in de maatschappij, maar een trend waartegen we ons moeten blijven verzetten. We aanvaarden niet dat medewerkers van de stad gevaar lopen en geweld ervaren bij het uitvoeren van hun job.”
Na het record van 324 agressiemeldingen binnen de Antwerpse dienst Sociale Dienstverlening in 2024 (wat een verdubbeling was tegenover 2022), werden er in 2025 378 agressiemeldingen ontvangen. Een stijging van bijna 15% en inmiddels meer dan één geval van agressie per kalenderdag gespreid over de sociale centra in de stad. Van Berchem-Zurenborg tot Merksem, van De Vondel tot Arena. “Onze maatschappelijk werkers worden jammer genoeg steeds vaker geconfronteerd met agressie en bedreigingen”, stelt De Cock. “Deze agressiemeldingen beslagen kleine incidenten maar evengoed feiten van fysieke agressie tot het voorval waarbij een OCMW klant met een hamer in het rond begon te slagen in Sociaal Centrum Balans. Dit is een droevige evolutie die ook weerslag heeft op de uitstraling van het beroep. Mensen die zich elke dag inzetten om de Antwerpenaar te helpen, zouden zich nooit onveilig of bang mogen voelen tijdens hun job. En die trend blijkt maar niet gekeerd te geraken”
Beangstigende evolutie
De officiële meldingen vanuit het OCMW zijn bovendien slechts het topje van de ijsberg. Want uit het Rapport Organisatiebeheersing 2025 blijkt dat 67% van de stadsmedewerkers in 2024 zelf ongepast gedrag meemaakte, pesterijen, discriminatie of respectloos gedrag, van leidinggevenden, collega’s of burgers. 77% zag dat ook bij collega’s. “En toch diende slechts 18% van het stedelijk personeel die ooit dergelijk gedrag op de job meemaakte, ook effectief een melding in. Daaruit kunnen we toch concluderen dat ook de sterke stijging binnen het OCMW een ferme onderschatting blijft. De kloof tussen wat mensen meemaken en wat ze durven melden, is alarmerend. We praten hier over mensen die elke dag de meest kwetsbare Antwerpenaren opvangen. Ze verdienen een veilige werkomgeving en een organisatiecultuur waar ze problemen kwijt kunnen en deze ook worden aangepakt.”
Verleden maand bleek evengoed dat één op de vier leerkrachten binnen het stedelijk onderwijs te maken krijgt met agressie van ouders, leerlingen en buurtbewoners. Onder agressie vallen zowel fysieke agressie als uitschelden en beledigende gebaren. “We zien een algemene trend verspreid over heel wat diensten van publieke dienstverlening. De combinatie van hoge agressie en een lage meldingsbereidheid is problematisch.”
Agendapunt blijft op tafel liggen
Volgens cd&v Antwerpen moet dit onderwerp blijvend aangekaart worden. “Zeker gezien alle recente cijfers en evoluties. Als we niet voor ons personeel kunnen zorgen, hoe kunnen zij zich dan vol goede moed inzetten voor onze stad en de Antwerpenaar? Dit in de beste en minstens veilige omstandigheden faciliteren, is het minste dat we verschuldigd zijn aan al die mensen die onze stad elke dag laten draaien.”
Hiertoe stelt de cd&v fractie vanavond op de gemeenteraadscommissie onderwijs & personeel vragen over deze problematiek. Zowel op welke plekken/diensten binnen de stedelijke organisatie dit probleem zich vooral situeert, alsook de verhouding tussen meldingen van agressie, ongepast of respectloos gedrag, pesterijen, discriminatie, … . Want externe gevallen van agressie, intimidatie of ongepast gedrag moeten op een heel andere manier worden aangepakt dan als dit gedrag tussen collega’s of vanuit leidinggevenden zou gebeuren. “Dit laatste zou op een toxische werkomgeving wijzen, waar we alleszins van hopen dat dit geen conclusie is uit de bevraging. Er is meer nood aan duiding bij de cijfers. Hoe dan ook vragen wij een duidelijk actieplan met meetbare doelstellingen en regelmatige terugkoppeling om deze zorgwekkend trend aan te pakken. Wat verandert er concreet in 2026, welke effecten zal dit hebben, welke plannen zijn er voor de jaren nadien, en hoe meet je of het werkt?” besluit De Cock.